Procedure aanwijziging gemeentelijke monumenten

Kruimelpad

 

Procedure aanwijziging gemeentelijke monumenten

23 maart 2010

Aanvraag door belanghebbenden

Aanwijzing van gemeentelijke monumenten gebeurt volgens de Monumentenverordening van stadsdeel Zeeburg en Oost-Watergraafsmeer uit 1996. Daarin staat:

Artikel 4.1: Het Dagelijks Bestuur kan al dan niet op aanvraag van belanghebbenden besluiten onroerende monumenten als beschermd gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen.

Uit de jurisprudentie is gebleken dat de volgende categorieën gelden als belanghebbenden:

  • De eigenaar van het pand
  • Organisaties die in hun statuten hebben opgenomen dat ze cultureel erfgoed willen behouden
  • De gemeente/het stadsdeel

Foto: Bord bij Van der Pekblok

Aanwijzingsprocedure

Na binnenkomst van de aanvraag start het stadsdeel de procedure die moet leiden tot een besluit om het pand wel of niet tot monument aan te wijzen. De procedure is dan als volgt:

  1. De eigenaar van het pand wordt op de hoogte gesteld van het verzoek tot aanwijzing.
  2. Bureau Monumenten & Archeologie wordt gevraagd om een uitgebreide toelichting te schrijven van het pand.
  3. Daarna wordt de Commissie voor Welstand en Monumenten om advies gevraagd.
  4. Vervolgens wordt de eigenaar van het pand in de gelegenheid gesteld hun zienswijze op het voornemen tot aanwijzing tot gemeentelijk monument in te dienen. Belanghebbenden (monumentenorganisaties) kunnen ook een zienswijze indienen.
  5. Aan de hand van alle informatie besluit het Dagelijks Bestuur definitief of het pand een gemeentelijk monument wordt of niet.
  6. Tegen dit besluit staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open.

De verwachting is dat deze aanwijzingsprocedure ongeveer enkele maanden tot een jaar zal duren.

Beoordeling  

Bij de beoordeling voor de gemeentelijke monumentenstatus gelden in eerste instantie dezelfde criteria als voor rijksmonumenten. Het gaat dan om:

  • Gaafheid of herkenbaarheid
  • Zeldzaamheid
  • Cultuurhistorische waarde
  • Architectonische waarde
  • Stedenbouwkundige waarde

Er zijn twee verschillen:

  • Een rijksmonument moet minstens 50 jaar oud zijn. Voor een gemeentelijk monument geldt dit niet.
  • Voor rijksmonumenten moet er sprake zijn van een bovenlokaal belang. Er moet enige uniciteit aanwezig zijn, dus niet al dertien in een dozijn van bestaan. Voor een gemeentelijk monument geldt alleen dat het een lokaal belang moet hebben. Dat het een belangrijke plek inneemt in de ontwikkelingsgeschiedenis van Amsterdam of een stadsdeel.

In het uiteindelijke aanwijzingsbesluit zal aan de hand van bovengenoemde criteria beargumenteerd worden waarom het desbetreffende pand moet worden aangewezen als gemeentelijk monument.